Amotivationeel syndroom en cannabisgebruik

· april 5, 2019
Wetenschappers moeten nog aantonen dat cannabis de hoofdoorzaak is van het amotivationeel syndroom. Alle gegevens duiden er echter op dat dit de belangrijkste trigger is.

Joint, hasj, Mary Jane, wiet… Deze vertrouwde termen verwijzen naar de drug cannabis, ook bekend als marihuana. In dit artikel zullen we het hebben over de relatie tussen marihuana en het amotivationeel syndroom.

In de afgelopen jaren is veel wetenschappelijk bewijs over de therapeutische eigenschappen van cannabis verzameld. Sommigen van deze eigenschappen zijn analgesie, verminderde intraoculaire druk en een anti-emetisch effect bij braken veroorzaakt door antineoplastische chemotherapie.

Ook heeft cannabis spierverslappende eigenschappen die in verschillende omstandigheden therapeutisch kunnen zijn zoals bij multiple sclerose, letsel van de wervelkolom en bewegingsstoornissen.

Veel mensen gebruiken cannabis tegenwoordig ook recreatief. Het is namelijk de meest geconsumeerde drug ter wereld. Dit is zorgelijk omdat het amotivationeel syndroom zich meer zal manifesteren bij mensen die voor een lange periode cannabis gebruiken.

Amovationeel syndroom bij iemand

Hoe kunnen we het amotivational syndroom definiëren?

Het amotivationeel syndroom wordt gedefinieerd als een staat van passiviteit en onverschilligheid die wordt gekenmerkt door gegeneraliseerde cognitieve, interpersoonlijke en sociale problemen. Bovendien is het gerelateerd aan het langdurige gebruik van cannabis (chronische THC-vergiftiging).

Ondanks dat het individu stopt met het consumeren van marihuana, kan hij nog steeds worden beïnvloed door de symptomen van dit syndroom. De persoon voelt hierbij geen behoefte om iets te doen. Hij ervaart een continue staat van anhedonie. Hij heeft al met al geen motivatie of enthousiasme, mist algemene interesse en staat apathisch tegenover alles.

Motivatie is het belang om aan een bepaalde behoefte te voldoen, die een impuls geeft om het gedrag uit te voeren dat in die voldoening zal resulteren. Motivatie is daarom een belangrijk ingrediënt in de activering, richting en het onderhoud van gedrag.

Het consumeren van cannabis intensiveert de waarschijnlijkheid dat elke motivatie om een ​​taak te doen (anders dan de consumptie zelf) verdwijnt of kracht verliest.

Het plezier dat wordt verkregen door het consumeren van cannabis wordt namelijk veel groter dan enig ander (werk, interpersoonlijk, vrije tijd, relatie, etc.). Het individu zal hierdoor elke andere activiteit uit gaan stellen.

De effecten van cannabisgebruik op lange termijn

Wanneer de persoon de drug gedurende een lange tijd heeft geconsumeerd, wordt het consumeren ervan de eerste prioriteit. Hij beschouwt het als een basisbehoefte en verwaarloost daardoor de ware basisbehoeften. Kortom, zijn leven draait om de drug en niets anders doet er meer toe.

De andere stimuli verzwakken als gevolg van hoe blij en ontspannen het individu zich voelt als ze de drug gebruiken. Als gevolg hiervan lijken andere motivaties irrelevant.

Langdurige consumptie van de drug veroorzaakt cognitieve achteruitgang. Het maakt niet uit of de persoon het gebruik onderbreekt, bepaalde symptomatologie kan gedurende lange perioden namelijk blijven bestaan, zo niet voor altijd.

De relatie tussen het gebruik van marihuana en amotivationeel syndroom lijkt duidelijk. Wetenschappers moeten echter nog aantonen dat cannabis in feite de hoofdoorzaak is van deze aandoening. We moeten er echter op wijzen dat alle gegevens erop wijzen dat dit de belangrijkste oorzaak is.

“Drugs zijn tijdverspilling. Ze vernietigen je geheugen en zelfrespect, en alles wat meespeelt met je zelfrespect. “

-Kurt Cobain-

Tekenen en symptomen van amotivationeel syndroom

Een van de symptomen van het amotivationeel syndroom is emotionele apathie, die bestaat uit:

  • Onvermogen om taken te voltooien.
  • Onvermogen om de consequenties van toekomstige acties te evalueren.
  • Desinteresse.
  • Passiviteit.
  • Moeite om gefocust te blijven en op te letten.
  • Geheugenveranderingen.
  • Onverschilligheid.
  • Gebrek aan introspectie (het individu is zich hierbij niet bewust van zijn mentale toestand).
  • Vertraging in de uitvoering van taken.
  • Desinteresse in de toekomst.
  • Desinteresse in het uitvoeren van grondige, langdurige activiteiten.
  • Gebrek aan motivatie.
  • Desinteresse in persoonlijke verzorging.
  • Seksuele desinteresse.
  • Verminderde reflexen.
  • Kwetsbaar om gemakkelijk gefrustreerd te raken.
  • Langzame beweging.
Symptomen amotivationeel syndroom

Op een cognitief niveau veroorzaken de symptomen veranderingen in de uitvoerende functie met betrekking tot bijvoorbeeld:

  • Anticiperen en vaststellen van doelen.
  • Planning.
  • Remming van reacties.
  • Gedrag kiezen op basis van de context.
  • Tempo-ruimtelijke organisatie.
  • Cognitieve flexibiliteit.
  • Besluitvorming.
  • Werkgeheugen.

Op een sociaal niveau resulteren de beschreven symptomen in minder interacties met andere mensen. De gebruiker verliest interesse in deelname aan sociale situaties en activiteiten van welke aard dan ook.

In plaats daarvan zijn ze apathisch en passief. Dit heeft direct invloed op de sociale ondersteuning van het individu. Al deze symptomatologie kan tot gevolg hebben:

  • Lage academische en/of werkprestaties als gevolg van leerproblemen.
  • Sociaal isolement door minder interacties met andere mensen.
  • Gebrek aan toekomstplannen.
  • Predispositie om betrokken te raken bij conflicten met onder andere autoriteiten.
  • Gebrek aan korte en lange termijn doelen.

“Een zwakke houding wordt zwakte van karakter.”

-Albert Einstein-

Wat kan worden gedaan om het amotivationeel syndroom te behandelen?

Het hoofddoel van de behandeling is de geleidelijke vermindering van het cannabisgebruik. De staat van het individu zal namelijk niet verbeteren als hij marihuana blijft consumeren tijdens zijn revalidatie.

Psychotherapie kan de gebruiker helpen deze verslaving te overwinnen en zijn leven weer op het goede spoor te krijgen. De professional zal indien nodig ook psychofarmaca voorschrijven.

De eerste keuze behandelingen zijn SSRI’s (antidepressiva) en cognitieve gedragstherapie. Dit om de persoon te motiveren om de dagelijkse activiteiten te hervatten, de relaties met familieleden te verbeteren en zijn apathische mentale toestand te verbeteren.

  • Bobes, J., & Calafat, A. (2000). De la neurolobiología a la psicosociología del uso-abuso del cannabis. Adicciones12(5), 7-17.
  • Gutiérrez-Rojas, L., Irala, J. D., & Martínez-González, M. A. (2006). Efectos del cannabis sobre la salud mental en jóvenes consumidores.
  • Tziraki, S. (2012). Trastornos mentales y afectación neuropsicológica relacionados con el uso crónico de cannabis. Rev Neurol54(12), 750-760.