Aanpassingsstoornis: raak jij overweldigd door problemen?

· mei 7, 2018

Wanneer je een probleem ervaart (het verliezen van een baan, ernstige ziekte, echtscheiding, financiële problemen, enz.), kun je je overweldigd voelen. Hetzelfde geldt voor grote veranderingen in het leven. Je huwelijk, de geboorte van een kind, verhuizen, enzovoorts. Je zou je nerveus, prikkelbaar, verdrietig of angstig kunnen voelen. Dit is niet zo raar, sterker nog, het is volkomen normaal. Hebben je symptomen echter een aanzienlijke invloed op je dagelijkse leven dan lijd je misschien aan een aanpassingsstoornis.

De aanpassingsstoornis wordt vermeld in het handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen (DSM-5). De aandoening valt in de categorie trauma- en stressorgerelateerde stoornissen. Dit zijn stoornissen waarbij blootstelling aan een traumatische of stressvolle gebeurtenis expliciet als criterium voor diagnose optreedt.

Overweldigd meisje met aanpassingsstoornis

De aandoeningen in deze categorie zijn:

  • Posttraumatische stressstoornis
  • Acute stressstoornis
  • Reactieve hechtingsstoornis
  • Ontremde sociale engagementstoornis (een hechtingsstoornis die uitsluitend voorkomt bij kinderen)
  • Aanpassingsstoornissen

Psychische stress na een traumatische of stressvolle gebeurtenis varieert van persoon tot persoon. Sommige mensen ervaren hele heftige symptomen als gevolg van angst.

Niettemin hebben veel mensen die traumatische of stressvolle ervaringen hebben doorgemaakt last van symptomen. Bijvoorbeeld humeurigheid, woede, vijandigheid of disassociatieve symptomen.

Vanwege de diversiteit van de symptomen na een traumatische of stressvolle gebeurtenis, groeperen psychologen de bovengenoemde stoornissen in de categorie ‘Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen’. Sommige mensen krijgen eerder negatieve bijwerkingen dan anderen.

Als je meer dan drie maanden nodig hebt om je aan te passen aan veranderingen en het is moeilijk om te herstellen, dan is het mogelijk dat je een aanpassingsstoornis hebt.

Wat is een aanpassingsstoornis precies?

Het belangrijkste kenmerk van deze aandoening zijn emotionele of gedragssymptomen als gevolg van een identificeerbare stressfactor.

Deze stressor kan een enkele gebeurtenis zijn, zoals een relatiebreuk. Maar er kunnen ook meerdere stressoren van invloed zijn op de patiënt, zoals problemen op het werk in combinatie met huwelijksproblemen.

Deze stressoren of problemen kunnen herhaaldelijk voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan tijdelijke crises binnen het bedrijf of een onbevredigend seksleven.

Ze kunnen ook continu opduiken, in het geval van een chronische ziekte of in een buurt met veel criminaliteit bijvoorbeeld.

Stressfactoren kunnen van invloed zijn op een persoon, een hele familie of een grotere groep of gemeenschap. Denk bijvoorbeeld aan een natuurramp.

En dan hebben we nog de problemen die gepaard kunnen gaan met bepaalde gebeurtenissen in het leven. Denk hierbij aan zaken zoals gaan studeren, uit huis gaan, trouwen, moeder worden, enz.

Daarnaast kunnen deze stressfactoren ook het gevolg zijn van de dood van een geliefde. Maar alleen als de intensiteit, kwaliteit of duur van het verdriet verder gaat dan je normaal zou verwachten. Als gevolg hiervan zijn aanpassingsstoornissen gerelateerd aan een groter risico op zelfmoord.

Man die net is ontslagen

Hoe diagnosticeert een psycholoog een aanpassingsstoornis?

Volgens de DSM-5 moeten psychologen rekening houden met de volgende diagnostische criteria:

A. Ontwikkeling van emotionele of gedragssymptomen in reactie op identificeerbare stressor(en). Deze uiten zich binnen drie maanden na het het optreden van de stressor.

B. Het gedrag of de symptomen zijn klinisch significant. Dit blijkt uit een of beide van de volgende kenmerken:

  • Intens leed dat onevenredig is aan de ernst of intensiteit van de stresfactor. Houd er rekening mee dat de externe context en culturele factoren de ernst en presentatie van symptomen beïnvloeden.
  • Aanzienlijke functionele achteruitgang op belangrijke gebieden (werk, sociaal leven, enz.)

C. De stressorgerelateerde stoornis voldoet niet aan de criteria voor een andere mentale stoornis. Evenmin is het gewoon een verergering van een reeds bestaande mentale stoornis.

D. De symptomen gaan verder dan die van normale rouwverwerking.

E. Zodra de stressfactor of de gevolgen ervan eindigen, houden de symptomen niet langer dan zes maanden aan.

Man met aanpassingsstoornis bij psycholoog

Soorten aanpassingsstoornissen

De DSM-5 onderscheidt aanpassingsstoornissen door:

  • Depressieve stemming: de patiënt is neerslachtig, wanhopig en heeft vaak zin om te huilen.
  • Angst: de patiënt voelt zich nerveus, bezorgd, geagiteerd of heeft verlatingsangst.
  • Gemengde angstige en depressieve stemming: een combinatie van depressie en angst is dominant aanwezig.
  • Stoornis in gedrag.
  • Gemengde stoornis van gedrag en emoties: de patiënt ervaart emotionele symptomen en gedragsveranderingen.
  • Niet gespecificeerd: onaangepast gedrag dat niet in een van de andere subtypen van aanpassingsstoornissen past.

Tot slot maakt de DSM-5 ook onderscheidt tussen een acute aanpassingsstoornis en een aanhoudende aanpassingsstoornis. Er is sprake van de eerstgenoemde als deze minder dan zes maanden duurt. Een aanhoudende aanpassingsstoornis duurt zes maanden of langer.

Hoe ontwikkel je een aanpassingsstoornis?

Een aanpassingsstoornis is een reactie op een aanwijsbare stressor. De symptomen uiten zich binnen drie maanden na het optreden van deze stresfactor. Zodra het probleem is weggenomen, blijven de symptomen niet langer dan zes maanden aanwezig.

Als het probleem een ​​acuut voorval is (bijvoorbeeld als je wordt ontslagen), is het optreden van de symptomen meestal onmiddellijk. Je kunt ze binnen enkele dagen ervaren, en ze blijven niet zo lang aanwezig (niet meer dan een paar maanden).

Als het probleem of de effecten echter langer aanwezig blijven, kan de aanpassingsstoornis voortduren en chronisch worden.

Nerveuze vrouw met aanpassingsstoornis bijt op haar nagels

Komen aanpassingsstoornissen veel voor?

Aanpassingsstoornissen komen zeer vaak voor. De prevalentie varieert echter sterk, afhankelijk van de groep die onderzoekers bestuderen en de evaluatiemethoden die zij gebruiken. Het percentage mensen dat onder behandeling is voor hun geestelijke gezondheid en dat de diagnose aanpassingsstoornis heeft gekregen varieert tussen 5 en 20%.

Psychiatrische klinieken in het ziekenhuis zien daarentegen meestal meer gevallen van aanpassingsstoornissen. Sterker nog, de cijfers in ziekenhuizen kunnen oplopen tot 50%.

Wat zijn de risicofactoren voor aanpassingsstoornissen?

Mensen die moeilijke situaties doormaken hebben vaak te maken met allerlei stressfactoren. Deze mensen hebben een hoger risico op het ontwikkelen van een aanpassingsstoornis.

Tegelijkertijd moeten artsen rekening houden met de culturele context van de patiënt wanneer zij een diagnose stellen. Ze moeten onderzoeken of de reactie op de stressfactor wel of niet gepast is.

Bovendien moeten ze overwegen of de psychische nood die gepaard gaat met de stressfactor groter is dan je zou verwachten.

Meisje kijkt uit over weiland bij zonsondergang

Wat kan ik doen als ik denk dat ik een aanpassingsstoornis heb?

Allereerst raden we aan om een ​​psycholoog of psychiater te bezoeken. Als je je overweldigd voelt door een probleem, volg dan deze aanbevelingen:

  • Denk er eens over na of je je eerder in een vergelijkbare situatie hebt bevonden. Denk ook na over hoe je het hebt opgelost.
  • Praat over hoe je je voelt met je familie en vrienden.
  • Orden je ideeën. Misschien maak je je zorgen over alles tegelijk. Denk dus even na, want sommige dingen baren je vast meer zorgen dan andere. Schrijf je problemen op papier en orden ze op belangrijkheid. Begin met de problemen waarover je het minst bezorgd bent. Eindig met de problemen die je de meeste zorgen baren. Je zult zien dat sommige dingen niet heel belangrijk zijn.
  • Behandel één probleem tegelijk. Begin met het probleem dat het makkelijkst is op te lossen.
  • Bedenk hoe je je probleem kunt oplossen en maak er werk van. Maak een verandering.
  • Doe aan lichaamsbeweging, neem ontspannende baden, las wat vrije tijd in voor jezelf.

Tot slot, schakel de hulp in van een professional als je problemen niet verdwijnen. Maar ook als je jouw symptomen niet onder controle hebt. Je kunt naar je huisarts of rechtstreeks naar een psycholoog gaan. Psychologen zijn er tenslotte om je te helpen, of je nu wel of geen stoornis hebt.

 

Bibliografische referenties

American Psychiatry Association (2002). Manual diagnóstico y estadístico de los trastornos mentales (DSM-4), 4ª Ed. Madrid: Editorial Médica Panamericana.

Popper, K. (1995). La responsabilidad de vivir. Barcelona: Paidós.