5 consequenties van gedesorganiseerde hechting

· januari 30, 2019

Hechting is de affectieve band die met name stamt uit een behoefte aan veiligheid en welzijn. In sommige gevallen staat de eerste verzorger zowel voor een bron van gevaar als van bescherming voor het kind. Dit is hoe een gedesorganiseerde hechting zich ontwikkelt.

Bowlby (1969) zei dat wanneer kinderen gehecht zijn aan iemand, dit betekent dat ze dichtbij deze tastbare persoon willen blijven. Ze willen hier contact mee houden. Dit is vooral in zekere situaties van toepassing, zoals wanneer ze bang, moe of ziek zijn.

Om dit thema nog een beetje verder door te voeren: de waarheid is dat we allemaal mensen nodig hebben waaraan we ons kunnen hechten. De aard van deze gehechtheid verandert of past zich echter continu aan aan nieuwe rollen.

“De geschiedenis van een kind bepaalt hoe zij zich voelt over de wereld en wat de wereld van haar verwacht.”

-Charo Blanco-

Waarom kunnen kinderen met een gedesorganiseerde hechting later soms anderen mishandelen?

Dit type D hechtingsstijl staat in verband met een ongezonde kinderomgeving. Hieronder vallen verschillende vormen van kindermishandeling, waar lichamelijke en emotionele mishandeling weer onder vallen. Dit gebeurt in dit geval binnen de familie.

Slachtoffers van dit soort geweld kunnen zichzelf moeilijk verhouden met anderen omdat ze simpelweg niet weten hoe, of ze hebben nooit een goed voorbeeld hierin gehad.

Het is heel goed mogelijk dat de woede die in deze jonge kinderen bestaat, uiteindelijk deel wordt van hun persoonlijkheid. Deze negatieve emotionele lading maakt het hun moeilijk om hun gedrag en emoties onder controle te houden. Daardoor lopen ze op hun beurt meer risico op geweldpleging.

Buitenproportionele straffen en mishandeling brengen bijzonder schadende boodschappen over aan deze slachtoffers. Zij internaliseren deze boodschappen omdat deze van een rolmodel komen.

Dit heeft een zeer grote invloed op meerdere kritische onderdelen van hun ontwikkeling. Het schaadt hun toekomstige sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling. Niet alleen dat, maar ook hun kindertijd op zich wordt aangetast.

Hieronder volgen de 5 belangrijkste consequenties van gedesorganiseerde hechting:

Kind met een teddybeer in de schaduw van zijn vader

1. Vertekend zelfbeeld en laag zelfvertrouwen

Gedesorganiseerde hechting resulteert dikwijls in een negatief zelfbeeld. Deze kinderen geloven wellicht dat zij de oorzaak zijn van het controleverlies van hun ouders. Daardoor zullen ze zichzelf als slecht, incompetent en gevaarlijk gaan zien.

Het gevolg hiervan is dat ze de wereld als een onveilige en chaotische plek gaan zien. Regels en reguleringen bestaan wel, maar overstijgen hun begripsvermogen. Ze zijn daardoor niet in staat om zich op een correcte wijze te gedragen.

Mishandelde kinderen voelen zich vaak inferieur, waardoor ze verlegen of angstig worden. Tegelijkertijd worden ze misschien wel hyperactief omdat ze zo aandacht kunnen krijgen van degenen die er voor hun toe doen. Dit is in zo’n geval een wanhopige poging om de steun te krijgen die ze thuis tekort komen.

2. Meer gedragsproblemen

Onveilige hechtingsstijlen, en dan met name gedesorganiseerde hechting, worden in verband gebracht met het vertonen van meer antisociaal gedrag en andere gedragsproblemen. Vaak reproduceren deze kinderen de relatiepatronen die ze vanuit huis hebben meegekregen van hun leeftijdsgenoten en verzorgers.

Ze voelen zich verward en bang rondom hun ouders. Ze weten ten slotte niet hoe of wanneer hun ouders op hun behoeften gaan reageren. Bovendien wantrouwen ze elke vorm van lichamelijk contact, vooral van volwassenen.

De voornaamste reden dat hun gedrag problematisch wordt, is omdat ze geen oplossingen kunnen vinden voor hun problemen. Ze kunnen zowel niet ver genoeg als niet dichtbij genoeg hun verzorgers komen.

Sterker nog, gedesorganiseerde hechting” wordt zo genoemd omdat het patroon van emotionele reacties niet vaststaat. Dat geldt zowel voor interne als externe reacties.

3. Angst en depressie

Verdriet, onverschilligheid en boosheid zijn de meest voorkomende emoties bij deze kinderen. Een tekort aan motivatie, depressieve stemmingen en zelfdestructief gedrag kunnen ook voorkomen in de meest serieuze gevallen.

Andere symptomen zoals angst, nervositeit en post-traumatische stress komen ook voor. Ze zijn immers het resultaat van hun leven in een setting die belangrijk is voor hun, maar waar ze geen controle over hebben.

Anderzijds lijken deze kinderen ook minder goed in staat te zijn om met verlatingsangst om te gaan. Dit heeft met name betrekking op hun primaire verzorgers. De reden voor deze “handicap” heeft te maken met een tekort aan consistente strategieën. Deze strategieën zouden hun moeten helpen om hun negatieve gevoelens te reguleren.

Zwijgend kind voor een raam

4. Problemen omtrent aandacht en concentratie

Dankzij een tal aan studies weten we dat kinderen met ADHD een ernstig gebrek aan zelfregulerende vaardigheden hebben. Denk hierbij aan controle over impulsen, het vermogen om zichzelf te kalmeren, hechtingsregulatie, doorzettingsvermogen, inhibitie, enzovoort.

Vroege relaties tussen het kind en hun primaire verzorgers leggen de basis voor deze vermogens. Vandaar dat een gedesorganiseerde hechting kinderen kwetsbaarder maakt voor een gebrek aan leervermogen wat betreft deze vaardigheden.

Ze demonstreren tekortkomingen in hun redeneringen en spraak wanneer hun gevraagd wordt over verloren dierbaren of mishandeling. Erg traumatische ervaringen kunnen een soort loskoppeling in het brein veroorzaken. 

Iemands bewust nadenkende kant wordt op zo’n moment in zekere zin losgemaakt van hun emotionele kant. Daardoor wordt het voor zo iemand moeilijk om emoties met gedachten te verenigen.

5. Aanpassingen aan en van het zenuwstelsel

Soms zoeken deze kinderen geen contact met hun leeftijdsgenoten en verzorgers. Omdat ze de benodigde vaardigheden en versterking hiervoor niet hebben, weten ze niet hoe ze op anderen moeten reageren in zekere situaties.

Sterker nog, als je ze goed observeert, kun je soms zelfs zien dat hun bewegingen gedesoriënteerd en afgekapt lijken. Ze lijken verder ook geen echte richting of doel te kennen, alsof ze bevroren zijn.

Hun gedrag kan drastisch schommelen tussen passiviteit en nervositeit. Vooral wanneer een volwassene andere kinderen benadert, vooral als deze huilen, zal een kind met gedesorganiseerde hechting dramatisch reageren.

Aangezien ze het gedrag van hun eigen verzorgers niet goed kunnen voorspellen, zoeken ze constant naar aanwijzingen voor mogelijke uitkomsten. Ze zijn dus altijd extreem alert.

“Een pak slaag is niet het enige dat pijn doet.”

-Pamela Palenciano-

Gedesorganiseerde hechting bij een kind

De permanente effecten van gedesorganiseerde hechting

Verwaarlozing, fysieke mishandeling, mentale mishandeling en seksuele mishandeling leiden vaak tot een gedesorganiseerde hechting. Alles wat zo’n kind heeft meegemaakt resulteert in onzekere, verlegen en teruggetrokken volwassenen.

Deze mensen beseffen dat hun aangeleerde manieren van relaties opbouwen alleen maar in meer pijn resulteert. Tegelijkertijd zijn ze echter niet in staat tot verandering.

Hun hechtingspatroon neemt dus chaotische vormen aan. Dat komt doordat ze in hun kindertijd de kans niet kregen om te leren hoe ze andermans mentale toestanden in te schatten. Zelfs als zo iemand hiervan op de hoogte is, is de kans nog groot dat ze nooit echt in staat zullen zijn om hun identiteit in hun mentale representaties te verwerken.

Het is absoluut fout om te denken dat jonge kinderen niet begrijpen wat er om hun heen gebeurt. Ga er ook nooit van uit dat ze bepaalde momenten niet zullen herinneren naarmate ze ouder worden. De waarheid is namelijk dat alles dat tijdens hun opvoeding plaatsvindt, de potentie heeft hun in de toekomst te beïnvloeden.

In deze zin is het dus onze taak om liefhebbend en begripvol te zijn, zelfs als we dat even niet willen. Ouders moeten hun kinderen veiligheid, bescherming en steun bieden. Alleen zo kan een veilige hechting tot stand gebracht worden. Kinderen zijn de toekomst, dus laten we goed voor ze zorgen.

Gayá Ballester, C., & Molero Mañes, R., & Gil Llario, M. (2014). Desorganización del apego y el trastorno traumático del desarrollo (TTD). International Journal of Developmental and Educational Psychology, (1), 375-383.

https://www.fundacioncadah.org/web/articulo/tdah-apego-importancia-de-relacion-madre-hijo.html