We vertellen je alles over de chemie van angst

Angst is een belangrijk mechanisme dat het voortbestaan van de menselijke soort heeft verzekerd. In de moderne wereld is diezelfde chemische reactie echter vaak schadelijk in plaats van nuttig voor de mens.
We vertellen je alles over de chemie van angst

Laatste update: 14 januari, 2021

In dit artikel gaan we het hebben over de chemie van angst om uit te leggen wat er gebeurt vanaf de eerste trigger tot de toename van T-cellen in je lichaam.

Nu angst steeds meer voorkomt, is het belangrijker dan ooit om te weten wat het inhoudt, zodat je de juiste maatregelen kunt nemen om het te voorkomen. Weten wat het inhoudt kan jou en de mensen om je heen helpen om rampdenken en andere veel voorkomende symptomen van angst te voorkomen.

Is angst slecht?

Veel deskundigen beschouwen stress en angst als hetzelfde. Men heeft echter de neiging om meer gestigmatiseerd te worden in de huidige samenleving. Ze zijn allebei gerelateerd aan de stressrespons van het lichaam, wat een natuurlijk biologisch proces is dat belangrijk is voor het overleven van de mens. Daarom moet je angst niet als goed of slecht beschouwen.

Wanneer een waargenomen bedreiging mensen angstig of bang maakt, uit zich dit vaak door een mechanisme dat de vecht of de vluchtreactie (fight or flight) triggert.

De mens is met dit mechanisme geëvolueerd omdat het onze overleving heeft verzekerd. Zonder dit mechanisme zou je niet in staat zijn om snel te handelen en ter plaatse cruciale beslissingen te nemen. Je lichaam zou niet het fysieke vermogen hebben om zichzelf te beschermen.

Het probleem ontstaat wanneer je lichaam je stressreactie triggert voor “bedreigingen” die niet gevaarlijk zijn. Je lichaam bereidt zich dan voor op een gevecht of een vlucht, ook al is die reactie volkomen overbodig. De chemische en emotionele reacties die bij een gevecht of een vlucht betrokken zijn, maken dat je je zo vreemd voelt als je angstig bent.

Een vrouw houdt haar handen tegen haar hoofd

De chemie van angst

Evaluatie van de dreiging: vechten of vluchten

Als je een dreiging vaststelt, evalueer je die in een paar seconden. Hoewel mensen niet vaak meer door leeuwen worden achtervolgd, is die reactie toch nog steeds van toepassing op alles wat je als een bedreiging ervaart. Het kan van alles zijn, van een eenvoudige opmerking tot een vreemd en plotseling geluid dat je als bedreigend ervaart.

Het sympathisch zenuwstelsel

Na het evalueren van een bedreiging, komt je lichaamschemie in actie. In het sympathisch zenuwstelsel wordt je hypothalamus-hypofyse-bijnieras geactiveerd, waardoor het adrenocorticotroop hormoon (ACTH) vrijkomt (Engelse link).

De hypothalamus regelt de afgifte van ACTH in het lichaam. De hypothalamus is ook verantwoordelijk voor het reguleren van eten, drinken, seksuele gevoelens en agressie.

Het is dus logisch dat de neurohormonale mechanismen van de stressrespons ook worden geactiveerd, waardoor de hypothalamus de hypofyse stimuleert om ACTH vrij te geven. ACTH stimuleert op zijn beurt de bijnieren, die de bloedbaan overspoelen met glucocorticoïden.

Glucocorticoïden helpen je tijdens stressvolle situaties

Glucocorticoïden geven je de kracht om stressvolle situaties te overleven. Dat omvat alles van fysieke verwondingen, zoals het breken van je been, tot situaties die gepaard gaan met angst en honger.

Glucocorticoïden stimuleren adrenaline en endogene opioïde peptiden. Deze laatste zijn betrokken bij homeostase (behoud van het evenwicht in het lichaam), pijnregulering, cardiovasculaire controle en stress.

Het vrijkomen van adrenaline en andere hormonen onderbreekt enkele lichaamsfuncties die in stressvolle situaties een belasting kunnen vormen.

De spijsvertering kost bijvoorbeeld veel energie. Daarom kun je maagklachten krijgen of je eetlust verliezen na een angstaanval. Wees gewoon geduldig en laat je lichaam herstellen. Je lichaam laat opioïde peptiden los om je te helpen de pijn van een eventuele verwonding beter te verdragen.

De gevolgen van deze chemische reacties

Deze hormonale activering veroorzaakt veel veranderingen in je lichaam, en niet alleen de veranderingen die je zou kunnen verwachten. De stressrespons veroorzaakt veel interne veranderingen die niet altijd duidelijk zijn.

Als reactie op de hormonen neemt je hartslag toe om de doorbloeding te vergemakkelijken en je zuurstofgehalte te verhogen. Dit is zeer kenmerkend voor angst, en een van de dingen waar patiënten vaak het meest aan werken.

Sommige van de technieken die psychologen gebruiken om de stressrespons te verminderen zijn gecontroleerde ademhaling en progressieve spierontspanning. Beide technieken nemen hun toevlucht tot de ademhaling als een manier om de angst te verminderen. Een bewuste ademhaling kan je hartslag verminderen en je helpen om te kalmeren.

Tijdens een stressrespons trekt je milt ook samen en laat veel rode bloedcellen los. Dit is zeer nuttig in het geval van een blessure. Hoewel veel van de “bedreigingen” die we vandaag de dag waarnemen geen echt fysiek gevaar vormen, vergeet niet dat je voorouders van wilde dieren wegrenden om zichzelf te beschermen.

Rode bloedcellen maken deel uit van je immuunsysteem en ze beschermen je in het geval van een mogelijke infectie. De lever synthetiseert ook en geeft suiker vrij in de bloedbaan, terwijl de bronchiale dilatatie je ademhalingscapaciteit verhoogt als reactie op een grotere vraag naar zuurstof.

Een ander gevolg van deze chemische reacties is de pupilverwijding, waardoor er meer licht in je ogen komt zodat je de contouren van objecten beter kunt zien. Het laatste wat je lichaam doet als reactie op een mogelijke bedreiging is het verhogen van de stollingsactiviteit in het bloed en het verhogen van de circulatie van T-cellen (een soort witte bloedcel).

Een vrouw leunt tegen de muur

De sleutel tot het verminderen van angst

Zoals je kunt zien, heeft de chemie van angst een zeer specifiek doel. Het goede nieuws is dat de chemie van ontspanning en alle mechanismen die dit activeren dat ook doet. Het primaire doel van ontspanningstechnieken gerelateerd aan het parasympatische zenuwstelsel.

Terwijl het sympathische zenuwstelsel de systemen in je lichaam activeert, vermindert het parasympatische zenuwstelsel de spiertonus en vertraagt het je ademhaling.

Het verhoogt ook de arteriële dilatatie, waardoor de perifere bloedstroom toeneemt. Het parasympatische systeem verlaagt je ademhaling, de afgifte van adrenaline en noradrenaline uit de bijnieren en je basale stofwisseling.

De sleutel tot het verminderen van angst is dit feit: het sympathische en parasympatische zenuwstelsel kan niet actief zijn op hetzelfde moment. Ademhalings- en ontspanningstechnieken kunnen je helpen de ene te deactiveren en de andere te activeren.

Angst heeft een duidelijke biologische en fysiologische basis. Als reactie op een bedreiging bereidt het lichaam zich voor op wat er zou kunnen gebeuren. Aan de andere kant weten we dat de werkelijke dreiging van gevaar niet de chemie van de angst triggert, maar de gepercipieerde dreiging van gevaar.

Angst is op zich niet slecht. De fysiologische mechanismen die de stressrespons mogelijk maken zijn normaal en noodzakelijk. Angst wordt een probleem als je alles als een bedreiging ervaart, of dat nu wel of niet het geval is.

In dat geval bereidt het lichaam zich voor op iets wat niet gaat gebeuren. Het is alsof je op het gaspedaal stapt als je in de neutrale stand staat – je gebruikt je energie zonder reden. Dit is de chemie van angst. Wellicht ook interessant voor jou

Veelvoorkomende cognitieve vervormingen bij angst
Verken je geestLees het op Verken je geest
Veelvoorkomende cognitieve vervormingen bij angst

Cognitieve vervormingen bij angst hebben een heel duidelijk doel: het lijden intensiveren. Hoe dit allemaal werkt lees je hier.



  • Bruce, T.J., Spiegel D.A. y Hegel, M.T . (1999). Cognitive-behavioral therapy helps prevent relapse and recurrence of panic disorder following alprazolam discontinuation: a long-term follow-up of the Peoria and Dartmouth studies. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 67, 151-156.
  • Marks, I.M. (1987). Fears, phobias and rituals. Nueva York: Oxford University Press.
  • Schulte, D. (1997). Behavioural analysis: Does it matter? Behavioural and Cognitive Psychotherapy, 25, 231-249.