Het verschil tussen stereotypen en vooringenomenheid

· februari 20, 2019

Vóór we het over de verschillen hebben, moeten we beginnen om deze twee woorden te omschrijven. Stereotypen zijn de overtuigingen die we omtrent de kenmerken van een groep hebben. Het woord vooringenomenheid verwijst naar negatieve beoordelingen van die groepen. De eerste term heeft meer te maken met het cognitieve deel van de hersenen.

De laatste is meer verbonden met het emotionele deel. Stereotypen ontstaan uit de algemene kennis over een groep. Vooringenomenheid of vooroordelen ontstaan wanneer we die algemene kenmerken aan elk lid van die groep toeschrijven. Wanneer we bevooroordeeld zijn, trekken we conclusies die de aanvaarding of de afwijzing van die groep vergemakkelijken.

Stereotypen verminderen het verbruik van onze geestelijke energie. Dit komt omdat het vormen van groepen en gelijksoortige kenmerken toeschrijven aan groepen het ons gemakkelijker maakt om deze mensen te ‘kennen’ en te ‘begrijpen’.

Wat we moeten onthouden, is dat stereotypen veralgemeningen zijn. Ze verwijzen naar ruime kenmerken die op geen enkele manier een volledig beeld weergeven van die groep of van een individu.

Een voorbeeld van een stereotype kan de overtuiging zijn dat alle zuiderlingen grappig zijn. We kunnen bijvoorbeeld ook geloven dat alle mensen in het noorden liberaler zijn of dat alle mensen in Groningen met een accent praten. Het probleem is wanneer we denken dat stereotypen altijd waar zijn.

Stereotypen versus vooringenomenheid

Stereotypen versus vooringenomenheid

Anderzijds spreekt vooringenomenheid tot ons en maakt het deel uit van een negatieve houding. Net zoals we gezegd hebben dat stereotypen hebben een normale en sociale reactie is, heeft vooringenomenheid een negatieve lading.

Laten we verdergaan op het eerdere voorbeeld van geloven dat alle mensen in Groningen een accent hebben. Het negatieve vooroordeel zou hier dan zijn dat ze niet goed opgeleid zijn in de Nederlandse taal.

Dit idee begint met een stereotype. In onze hersenen passen we dan het stereotype toe op een groep en geven het een negatieve bijklank. Dat laat een vooroordeel over die groep ontstaan. Als we dit proces nog een stap verder nemen, dan hebben we discriminatie. Discriminatie bevat zowel het stereotype als het vooroordeel.

Welke rol spelen stereotypen?

Sociale psychologen hebben stereotypen bestudeerd. Ze gingen na hoe ze ontstaan en onderzochten de verschillen die bestaan tussen vooringenomenheid en discriminatie. Dit zijn de cognitieve functies die stereotypen vervullen:

  • De werkelijkheid systematiseren en vereenvoudigen. We maken ruime groepen die we in categorieën kunnen indelen en klasseren. Dit maakt het ons mogelijk de wereld op een geestelijke manier te vereenvoudigen. De wereld wordt dus voorspelbaarder en gemakkelijker te begrijpen.
  • De waarden van mensen verdedigen. Met groepen kunnen we ruime kenmerken toeschrijven. Wanneer we dit doen, wordt het gemakkelijker om te ‘begrijpen’ en onszelf met hen te vergelijken.
  • Sociale controle behouden. Het is gemakkelijker om een groep onder controle te houden dan om veel individuen te beheersen.

Is het mogelijk om stereotypen en vooringenomenheid te beperken?

We moeten dus inzien dat stereotypen als een cognitieve functie optreden. Ze vergemakkelijken de indeling in groepen en het sociale begrip. Als we dit inzien, dan kunnen we ervan profiteren. Wat gebeurt er echter wanneer stereotypen ons beperken?

Wel, dit gebeurt wanneer ze ons tegenhouden om te ontdekken dat deze projecties over mensen niet altijd waar zijn. Als we even stilstaan en groepen en individuen van nabijer observeren, dan zullen we vele verschillen vinden.

Stereotypen en vooringenomenheid beperken is mogelijk als we gewoon observeren in plaats van te beoordelen.

Kunnen we stereotypen en vooringenomenheid beperken

Stereotypen zijn er niet om ons te beperken. Het is eerder zo dat we ze moeten beperken en er voorzichtig mee omgaan. Ze helpen ons om onze hersenen te ordenen. Toch zijn ze niet altijd correct. Zoals we gezien hebben, zijn stereotypen het beginpunt van vooringenomenheid. Als we stereotypen kunnen beperken, kunnen we dus ook elk vooroordeel beperken.

Het is mogelijk om een stereotype of vooroordeel te veranderen. Dat kan echter alleen maar als we de groep benaderen en die proberen te observeren zonder filters toe te passen of eerdere ideeën te bevestigen. We moeten eerder proberen om die ideeën uit te testen.

Waaraan kunnen we dus onze inspanningen besteden? We moeten onze aandacht richten op ideeën en situaties die een tegenwicht bieden voor wat we voordien over die groep dachten. 

  • Allport, GW (1954). La naturaleza del prejuicio. Lectura: Addison-Wesley.
  • Caprariello, P. A., Cuddy, A. J. C., & Fiske, S. T. (2009). Social structure shapes cultural stereotypes and emotions: A causal test of the stereotype content model. Group Processes and Intergroup Relations12(2), 147–155. https://doi.org/10.1177/1368430208101053
  • Crandall, CS, Bahns, AJ, Warner, R., y Schaller, M. (2011). Los estereotipos como justificaciones del prejuicio. Boletín de Personalidad y Psicología Social , 37 (11), 1488–1498. https://doi.org/10.1177/0146167211411723
  • Morales, JF, Huici. C. (2003). Psicología social . Madrid: UNED