Platonische liefde: een verkeerde uitdrukking?

augustus 5, 2019
Heb je wel eens gehoord van de uitdrukking "platonische liefde?" In dit artikel zullen we de ware betekenis hiervan verkennen.

Heb je wel eens gehoord van de uitdrukking “platonische liefde?” Men gebruikt deze uitdrukking meestal om te refereren aan een relatie waarin geen seksueel verlangen of begeerte bestaat. Het gaat hierbij eerder om een intieme vriendschap, een liefde zonder lichamelijk verlangen.

Wat heeft deze soort liefde echter met Plato – waar het woord “platonisch” vandaan komt – te maken? Heeft Plato ooit gesproken over Platonische liefde?

Het antwoord op deze vraag is “nee.” Plato’s concept van de liefde ging niet over innige vriendschappen of liefde zonder verlangen. Wij hebben zelf een variatie op het concept van platonische liefde gecreëerd.

Ook al is de evolutie van deze uitdrukking tot op zekere hoogte wel te begrijpen, het blijft belangrijk dat we de moderne platonische liefde onderscheiden van de liefde waar Plato over sprak. Laten we hier eens beter naar kijken.

Het concept van liefde in Plato’s Symposium

In Symposium praat de Griekse filosoof over liefde door Socrates. In dit werk vindt een banket plaats waarin iedereen een speech geeft over liefde. Deze reiken van het meest oppervlakkige tot het meest diepgaande, zoals de speech van Socrates. Deze speech sluit perfect aan op Plato’s gedachten omtrent dit onderwerp.

Beeld van Plato

Ten eerste wijst Phaedrus iedereen erop dat Eros, de Griekse god van liefde, de oudste van alle goden is. Hij inspireert dus iedereen tot grootste handelingen en bevestigt dat liefde datgene is dat ons de moed geeft om betere mensen te zijn.

Pausanias, die meer diepgang kent, spreekt vervolgens over twee soorten liefde: lichamelijke liefde en hemelse liefde. De eerste is meer fysiek van aard en oppervlakkiger; de tweede is perfect in de morele zin van het woord.

Aristophanes vertelt een verhaal over de mythische geboorte van de mens. Volgens zijn verhaal waren er in het begin der tijd drie soorten wezens: mannen, vrouwen en androgyne mensen. Deze laatste groep spande samen tegen de goden. Zeus spleet deze mensen als straf op in twee delen.

Sindsdien zoeken mensen hun hele leven lang naar hun wederhelft, ofwel hun zielsverwant. In deze zoektocht voor hun wederhelft komen verschillende seksuele geaardheden kijken. Deze zijn geheel afhankelijk van hoe de tweedeling van hun androgyne voorvaderen er uit zagen.

Uiteindelijk zegt Socrates dat liefde de kracht is die ons toestaat om na te denken over de puurste en meest ideale schoonheid.

Liefde volgens Plato

Zoals we eerder al zeiden representeerde Socrates de gedachten van Plato. Daarom weten we dat de speech van Socrates in Symposium dus ook staat voor Plato’s eigen idee over de liefde.

Plato maakt onderscheid tussen de ideale wereld en de aardse wereld. In de ideale wereld kunnen we de puurste kennis vinden. Op de aardse wereld bestaat er slechts een imperfecte soort kennis die de kennis uit de ideale wereld probeert na te bootsen.

Volgens Plato geldt hetzelfde voor de liefde. Platonische liefde gaat niet over lichamelijke liefde; het gaat om schoonheid. Liefde voor schoonheid an sich wordt gezien als het opperste niveau van liefde, welke we in de ideale wereld kunnen vinden.

Getuige zijn van schoonheid in al zijn pracht is het doel van liefde. Daarom geloofde Plato dat liefde simpelweg schoonheid in zijn puurste en meest abstracte vorm is.

Platonische liefde

Plato zei dat liefde voor kennis, welke samen met schoonheid in de ideale wereld bestaat, de meest perfecte en pure versie van liefde is. Platonische liefde betekent niet dat je een persoon idealiseert maar dat je kennis bereikt, wat een soort spirituele schoonheid omvat.

Platonische liefde

Naarmate de tijd zich vorderde, evolueerde het concept van “platonische liefde” naar een andere definitie. Deze omvatte een innige vriendschap tussen mensen. Volgens Plato loopt het pad dat we moeten nemen om ware schoonheid te bereiken – en dus liefde in zijn meest perfecte vorm – via kennis.

Dit pad begint met de liefde voor lichamelijke schoonheid als een ideale esthetiek. Daarna loopt het door via de schoonheid van zielen naar liefde voor schoonheid. Diotima legde dit als volgt uit:

“Wonderlijke schoonheid is eeuwig, niet groeiend en verdervend, of wassend en wanend; ten tweede, niet eerlijk vanuit het ene standpunt en vuil vanuit het andere […] maar schoonheid in zijn absolute, aparte, simpele en eeuwige staat […] wordt meegegeven aan de altijd groeiende en verdwijnende schoonheden van alle andere dingen. Hij die afdaalt onder de invloed van ware liefde en begint die schoonheid waar te nemen, begeeft zich niet ver van het einde.

En de ware volgorde van gaan […] richting de dingen der liefde is om te beginnen bij de aardse schoonheden en zich omhoog te werken […] richting die andere schoonheid […] totdat hij het idee van absolute schoonheid bereikt, en eindelijk weet wat de kern van schoonheid is. Dit […] is het leven dat men boven alle anderen zou moeten leven, in de overpeinzing van absolute schoonheid; een schoonheid waarvan, als je deze eenmaal aanschouwd hebt, je weet dat deze niet met goud, en kleding […] welke je betoveren gemeten kan worden.”

-Diotima-

Waar werd dit begrip van platonische liefde nog gebruikt?

Een interessant feit is dat de uitdrukking van “platonische liefde” voor het eerst gebruikt is in de vijftiende eeuw. Dat wil zeggen, voor zover wij weten. Marsilio Ficino, een Italiaanse geleerde en Katholieke priester, refereerde hiermee aan de liefde voor iemands intelligentie en schoonheid.

Later werd dit begrip weer populairder na de publicatie van het toneelspel “The Platonick Lovers” (“De platonische geliefden”) door de Engelse dichter en toneelschrijver Sir William Davenant. Hij deelde Plato’s ideeën over de liefde.