Het antwoord vinden op een lastige situatie is therapeutisch

· april 6, 2017

Al van kleins af aan ontwikkelen we als mensen een onafscheidelijke relatie met woorden. Woorden dienen om verhaaltjes te vertellen, meningen uit te wisselen, voorwerpen te benoemen, om antwoorden te vinden. Woorden geven zelfs vorm en inhoud aan onze innerlijke dialoog. Een dialoog die in films en televisieprogramma’s vaak wordt uitgebeeld met op iemands ene schouder een duiveltje en op zijn andere schouder een engeltje.

Een dergelijke scène komt ons waarschijnlijk allemaal wel bekend voor. De hoofdpersoon moet kiezen tussen doen wat hij graag wil doen en doen wat hij denkt dat het juiste is om te doen. Vervolgens beginnen het duiveltje en het engeltje argumenten uit te wisselen. Je weet dat het niet goed is. Het leven is bedoeld om gek te doen. Wat zouden zus en zus zeggen als ze je nu zouden zien etc.

In ons hoofd maken we niet alleen op deze manier gebruik van taal, we gebruiken taal namelijk ook om verhalen te creëren. Dit komt doordat de realiteit ons meestal door middel van aanwijzingen toekomt, alsof wij de detectives zijn. Wij zijn namelijk degenen die de puzzel stukje voor stukje in elkaar moeten leggen.

Mond met Roos

Ana’s verhaal

Het is zeven uur ’s ochtends en de wekker gaat af, net als iedere ochtend. Ze zet hem uit, draait zich om en wacht tot de volgende wekker die ze gezet heeft afgaat, over vijf minuutjes. Wanneer die wekker afgaat, betekent het dat ze al aardig op moet schieten. Wat is echter beter: rustig je ontbijt kunnen eten of nog vijf minuutjes langer in bed kunnen blijven liggen?

Ze denkt na over alles wat haar die dag te doen staat en trekt bij de gedachte eraan al haar kussen over haar hoofd. Mentaal probeert ze te zoeken naar haar volgende momentje van rust, maar lijkt het tijdens haar ontbijt niet te kunnen vinden. De vijf minuutjes gaan voorbij en vervolgens springt ze uit bed. Ze stelt zichzelf in op de automatische piloot en begint haar taakjes routineus een voor een uit te voeren.

Ze schrikt wakker in de metro nadat ze door een verschrikkelijke explosie door de lucht is gevlogen. Er gaan maar drie minuten voorbij voordat ze weer bewusteloos raakt. Vervolgens gaan er drie dagen voorbij. Dit keer wordt ze wakker van een apparaat dat voortdurend loopt te piepen. Elke piep is een teken dat haar hart nog altijd klopt.

Na dit gebeuren zal Ana nooit meer hetzelfde zijn. Ze zal bijna nooit slapen, haar aandacht erbij houden en klaar zijn om van start te gaan. Ana heeft geleerd dat elk inconsequent moment in één oogopslag uitermate belangrijk kan worden. Het is net alsof het leven, het leven waar we van houden, ook rampzalige goocheltrucjes voor ons in petto heeft.

Wegvliegen

Ana begrijpt haar verhaal niet

Waarom in de metro waar ze elke ochtend in zit? Waarom was ze die dag niet vroeger opgestaan? Waarom is ze niet doodgegaan, net als sommige andere mensen die ook met haar in de metro zaten? Dit zijn vragen die alsmaar door haar hoofd razen en waar ze graag de antwoorden op wil vinden.

Dit zijn gaten in haar verhaal die ervoor zorgen dat haar veilige wereld ineens is veranderd in een plek die vol mogelijke bedreigingen en gevaren zit, verborgen achter onschuldige gebaren. In haar ogen is de wereld geen controleerbare en voorspelbare plek meer. Wat voor nut heeft alles nog als het allemaal in één ogenblik zomaar kan verdwijnen?

Ana moet kunnen helen

Ana hoeft niet alleen haar lichamelijke wonden te helen. Ze moet ook een manier zien te vinden om zich weer veilig te kunnen voelen. Dat veilige gevoel dat nooit meer terug zal keren als het haar niet lukt om de antwoorden te vinden op alle vragen die haar kwellen. Het zal niet terugkeren als ze niet in staat is om het verhaal van die ochtend af te maken. Ze moet dit verhaal afmaken om er zeker van te zijn dat de schuldige partijen geen kans hebben om het nog eens te herhalen.

Interessant genoeg hechten veel mensen in dit soort situaties aanzienlijk veel waarde aan bepaalde bijgeloven. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat Ana de dag van haar ongeluk met haar linkerbeen uit bed was gestapt. Ze is in principe niet bijgelovig, maar maakt om de een of andere reden toch de connectie.

Een connectie die helemaal niet logisch is en waarschijnlijk ook niet klopt, maar voor haar toch uitermate fantastisch is. Ana begrijpt dat als ze vanaf nu juist met haar rechter- in plaats van haar linkerbeen uit bed zou stappen, dezelfde situatie zich niet nog eens voor zal doen. Zodoende heeft ze een oncontroleerbaar gegeven omgezet in iets dat wel controleerbaar is en hier wordt ze rustig van. Ze heeft een oorzaak gevonden waar ze naar kan handelen en hoewel deze verandering haar leven helemaal niet verstoort, is dit toch geweldig.

Bloemenpluis