Alles over de wetenschap van het kwaad

november 18, 2019
Onderzoekers hebben decennia lang naar het kwaad gekeken en hebben ons veel legitieme en belangrijke informatie nagelaten. We zijn echter niet dichter bij het vinden van één enkele factor die het kwaad definieert gekomen. In plaats daarvan moeten we accepteren dat mensen die slechte dingen doen, veel meer op ons lijken dan we zouden willen toegeven.

Veel onderzoekers hebben geprobeerd om dichter bij het concept van de wetenschap van het kwaad te komen, in een poging om de onderliggende oorzaken van kwaadaardig gedrag te achterhalen.

De neurowetenschap heeft onderzoek gedaan naar de hersenen van mensen die slechte dingen doen. Ook hebben veel sociale psychologen experimenten ontwikkeld met hetzelfde doel.

Wat we zeker weten is dat het lijkt alsof de mens een echte behoefte heeft om te weten wat kwaadaardige mensen verbergen, en hoe anders ze zijn dan de rest van ons. Als soort lijken we onvermoeibaar op zoek te zijn naar dat verschil.

Misschien willen we graag deze antwoorden hebben zodat we weten wat we moeten vermijden, of zodat we onszelf kunnen verzekeren dat we anders zijn dan hen. Misschien is er een lichamelijke factor die bepaalt wie goed en wie slecht is.

Ondanks het feit dat de wetenschap enkele aanwijzingen en kleine structurele verschillen in de hersenen heeft gevonden, hebben we nog steeds geen duidelijk antwoord.

Het lijkt er dus niet op dat het een simpele kwestie is van het scheiden van het goede van het kwade. Deze kwaadaardige mensen blijken meer te lijken op de goede mensen dan we zouden willen toegeven.

In dit artikel zullen we de mogelijke factoren bespreken die bepalen of iemand al dan niet kwaadaardig zal worden of zich slecht zal gedragen. Er is meer dan veertig jaar onderzoek gedaan naar deze kwestie. Het lijkt erop dat onderzoekers erin geslaagd zijn om bepaalde factoren te isoleren die individuen tot deze groep veroordelen. Laten we er meteen induiken.

Een man met zijn gezicht in de schaduw

De kwaliteit van hechting

Een van de factoren die het kwaad lijkt te voorspellen, is het soort gehechtheid dat zich tijdens de kindertijd ontwikkelt. Onderzoek naar persoonlijkheidsstoornissen bij volwassenen onthult een hoge mate van misbruik en emotionele verwaarlozing in de vroege kindertijd.

Het is duidelijk dat dit alleen niet genoeg is om van iemand een slecht persoon te maken. Het lijkt echter in veel gevallen een gemeenschappelijke noemer te zijn. Uit onderzoek blijkt dat emotionele mishandeling tijdens de kindertijd op zijn minst een belemmering vormt voor de ontwikkeling van het vermogen om voor anderen te zorgen.

Toch verklaart deze factor niet volledig waarom sommige mensen slecht zijn en slechte dingen doen. Er zijn zeer kwaadaardige mensen die als kind schijnbaar niet misbruikt zijn. Daarom zou het niet geschikt zijn om deze factor als enige oorzaak aan te wijzen.

Biologie van het kwaad

Britse genetici hebben ontdekt dat de aanwezigheid van het MAOA-gen het risico op het ontwikkelen van een gedragsstoornis kan verhogen. Niet alleen dat, maar het kan ook te maken hebben met criminaliteit tijdens de tienerjaren en volwassenheid.

Deze ontdekking van Avshsalom Caspi vond ook een verband tussen dit gen en kindermisbruik. Met andere woorden, we hebben nog een ander voorbeeld van biologie dat geconditioneerd wordt door de omgeving.

Een andere biologische factor die te maken kan hebben met de wetenschap van het kwaad is het testosteronniveau. De hoeveelheid testosteron waaraan een baby in de baarmoeder wordt blootgesteld, lijkt de ontwikkeling van de empathie in het menselijk brein te beïnvloeden.

De donkere kant van de mens

Een briljante criminologe, Julia Shaw, publiceerde haar recente onderzoek in een boek dat zich richt op het onderwerp waarom mensen slecht zijn of slechte dingen doen. Shaw bespreekt zorgvuldig de neurowetenschappelijke onderzoeken over lage prefrontale ventromediale activiteit in de hersenen van kwaadaardige mensen.

Dit lijkt een andere factor te zijn die te maken heeft met wat Shaw een proces van ontmenselijking en zelfrechtvaardiging van schade aan anderen noemt. Deze anomalie, in combinatie met een zekere mate van paranoia, bevorderd door een angstige en doelloze cultuur, kan een persoon creëren die bereid is om slechte dingen met anderen te doen.

Tegelijkertijd analyseert Shaw wat psychologen “de donkere drie-eenheid” noemen:

Ze voegt nog één ding toe aan de drieklank, en dat is sadisme. In feite, doet deze auteur een buitengewone analyse van beide soorten narcisme. Julia Shaw stelt vast dat kwetsbare narcisten veel gevaarlijker zijn dan grandioze narcisten.

Het lijkt erop dat de eerste meer vatbaar zijn voor vijandigheid. Onder de juiste omstandigheden kunnen kwetsbare narcisten zich op een zeer kwaadaardige manier gedragen.

Het profiel van een man in grijstinten

Monsters worden gemaakt, niet geboren

Als je alle bestaande literatuur over de wetenschap van het kwaad bekijkt, kun je niet definitief zeggen dat mensen slecht geboren worden. Er is geen enkele factor die hem of haar kwaadaardig maakt en die tegelijkertijd ook aanwezig is vanaf het moment dat iemand geboren wordt.

Integendeel, het lijkt erop dat het kwaad zich in de loop van de tijd ontwikkelt. De factoren die bepalen of iemand al dan niet kwaadaardig zal zijn, lijken omgevingsfactoren te zijn.

De briljante experimenten van Philip Zimbardo, Stanley Milgram, en andere onderzoekers naar de wetenschap van het kwaad, toonden ons hoe makkelijk het voor goede mensen was om slechte dingen te doen.

Hun experimenten toonden aan hoe de juiste omstandigheden mensen diep kunnen beïnvloeden en ervoor kunnen zorgen dat ze zich op verrassende en verontrustende wijze gedragen.

Met andere woorden, wat goed gedrag vaak onderscheidt van slecht gedrag is niet de persoon die het doet, maar de omstandigheden waarin ze zich bevinden. Deze kennis dwingt je om enige compassie te hebben voor de mensen die je beoordeelt vanwege hun slechte daden. Het gaat er natuurlijk niet om hen te rechtvaardigen.

Tot slot

De wetenschap van het kwaad lijkt erop te wijzen dat er veel variabelen zijn die het handelen van mensen beïnvloeden. Ze zijn ook niet allemaal persoonlijk.

Het lijkt er dus op dat we niet dichter bij het vinden van een “kwade persoonlijkheidsstoornis” zijn gekomen. Het doel van deskundigen in de geestelijke gezondheidszorg zou dan ook moeten zijn om dit soort gedrag te voorkomen.

Dit kan misschien worden gedaan door degenen die slechte dingen doen menselijker te maken, of zelf de belangrijke rol die de omgeving hierbij speelt te begrijpen.

  • Julia Shaw (2019). Evil: The science behind humanity’s dark side. Abrams Press.
  • Katherine Ramsland (2019) The Science of Evil. Psychology Today
  • Simon Baron-Cohen (2017) The Science of Evil. Huffpost
  • David M. Fergusson (2011) MAOA, abuse exposure and antisocial behaviour: 30-year longitudinal study. The British Journal of Psychiatry