5 mythes over de hersenen waarvan je dacht dat ze waar waren

· mei 1, 2018

Als een idee eenmaal in onze maatschappij ingeburgerd is, is het erg moeilijk om het uit onze hersenen te “verwijderen”. Dit geldt vooral als we het altijd geloofd hebben. En over de hersenen zelf als orgaan bestaan er heel wat foutieve ideeën. De sociale netwerken staan vol van “mythes over de hersenen”. Vaak delen we deze “veronderstelde feiten” wanneer we vrienden of familie ontmoeten. Want we willen op die manier met onze schijnbare wijsheid pronken.

De filosofe Elena Pasquinelli heeft hieraan een volledig boek gewijd*. In het boek behandelt ze deze mythes over de hersenen. De wetenschap is erg populair geworden. Tegenwoordig is er voor het grote publiek informatie over bijna elk onderwerp dat je je kan voorstellen. Elena denkt dat de combinatie van wetenschap en maatschappij nog veel te wensen overlaat. Soms leidt het tot achterdocht en wantrouwen bij de mensen. Op andere momenten geloven mensen volledig wat er gezegd is. Wat het geval ook is, de menselijke hersenen lijken zich in het middelpunt van vele controverse te bevinden.

Maar zonder verder uitstel zullen we nu vijf van deze mythen bekijken.

Mythes over de hersenen

We gebruiken slechts 10% van onze hersenen

Het is waar dat menselijke wezens soms handelen alsof ze helemaal geen hersenen hebben. Maar het “10%-idee” is één van de mythes over de hersenen die al het langst bestaat en nog steeds mysterieus is. Hoewel dit eigenlijk het eerste mysterie is: waar komt die uitspraak toch vandaan? Niemand weet het met zekerheid.

De huidige neuro-imagingtechnieken maken duidelijk dat we onze volledige hersenen gebruiken. Want op een bepaalde manier is elk hersengebied geactiveerd bij vele gewone taken die we uitvoeren. Het is waar dat we onze hersenen op verschillende manieren gebruiken. Sommige cognitieve vermogens zijn bij de ene mens meer ontwikkeld dan bij de andere. Maar dit heeft niets te maken met de vraag hoeveel procent we van onze hersenen op een gegeven moment gebruiken. Deze mythe is totale nonsens.

We hebben linkse hersenen en rechtse hersenen

Dit is één van de bekendste mythes over de hersenen. Vaak wordt het zelfs met vreemde diagrammen voorgesteld. Deze mythe is eigenlijk de maatschappij zelf binnengedrongen. Het heeft zelfs ook een groot deel van de wetenschappelijke wereld overstroomd. Het is goed mogelijk dat dit de mythe is waarover het meest geschreven is. Het is nochtans helemaal niet logisch. We kunnen snel zien dat het nonsens is. Want we zien dat de volledige hersenen geactiveerd zijn bij opdrachten waarvan men veronderstelt dat ze beperkt zijn tot de ene of de andere kant.

Mythes over de hersenen

Het is inderdaad waar dat sommige functies meer afhangen van de ene helft van de hersenen dan van de andere. Maar de wisselwerkingen tussen de twee “delen” van de hersenen zijn zo veelzijdig en krachtig dat ze niet autonoom en afzonderlijk kunnen werken. Het gebruik van één van beide bepaalt de leerstijlen of de persoonlijkheid niet. Want we gebruiken nooit alleen maar één.

De hersenen van vrouwen zijn anders dan die van mannen

De hersenen van beide geslachten vertonen anatomische verschillen. Maar dit kan gebeuren met andere organen of kenmerken zoals hoogte. Een recent en veel besproken onderzoek heeft vastgesteld dat mannen meer verbindingen lijken te hebben in bepaalde delen van één helft. Vrouwen hebben dan weer meer verbindingen tussen beide helften.

Deze resultaten steunen op statistische methoden waarbij de interpretatie van de resultaten vaak beïnvloed is door vooroordelen. Het belangrijkste lijkt dan te zijn om een gevatte krantenkop te kunnen schrijven. Dit is de manier waarop de mythes over de hersenen zo gemakkelijk verspreid worden. De verschillen in deze studie leiden niet tot de conclusie dat mannen en vrouwen verschillende hersenen hebben. Maar het toont wel aan dat mannen en vrouwen verschillende soorten verbindingen hebben. Hoe deze verbindingen werken, zal ook meer van de activiteiten die de persoon uitvoert afhangen dan van hun geslacht.

Dankzij de neuronale plasticiteit is alles mogelijk

Onze hersenen zijn plastisch, dynamisch en erg gevoelig voor de activiteiten waaraan we de meeste tijd besteden. Een onderzoek, uitgevoerd bij Londense taxichauffeurs, heeft bijvoorbeeld aangetoond dat hun hersenen veranderen. In de gebieden die verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke oriëntatie maken ze meer verbindingen en vermeerderen ze in omvang.

Mythes over de hersenen

Maar deze plasticiteit heeft ook enkele beperkingen. Hoe meer we onze specifieke specialisatie oefenen, hoe dichter bij we die grenzen komen. Dat geldt evenzeer wanneer we taxichauffeurs in een grote stad zijn als wanneer we in een ander beroep werken. Plasticiteit kan ervoor zorgen dat bepaalde gebieden van de hersenen op de voorgrond treden, terwijl andere op de achtergrond blijven.

Dit zal afhangen van onze activiteit. Maar ook de omstandigheden, prikkels en de algemene lichamelijke en cognitieve toestand van de persoon zijn bepalend. De hersenen van elke persoon hebben uiteindelijk hun eigen architectuur. Die vormt zich op basis van wie de persoon is en wat ze doen. Maar diezelfde architectuur legt elk van ons ook beperkingen op waarmee we moeten leven.

We kunnen de kwaliteit van onze hersenen verbeteren met “hersentraining”

Hier is er een fijne lijn die we moeten bewandelen. In het algemeen heeft elke training van het geheugen, snelle berekeningen of elke andere activiteit die onze aandacht verbetert, onmiddellijk een positief effect. Maar de grote vraag heeft te maken met de oorzaak. Is deze verbetering werkelijk het resultaat van de training of is het gewoon een placebo-effect dat verband houdt met de activiteit die we net uitgevoerd hebben?

De vraag wordt zelfs nog belangrijker wanneer we met het volgende aspect rekening houden. Het effect duurt meestal niet erg lang nadat we de activiteit beëindigd hebben. Anderzijds is het in vele gevallen nog steeds waar dat oefening kunst baart. De grote vraag is dus: verbeteren onze vaardigheden of zijn het onze strategieën?

Als we bijvoorbeeld een tijdje schaken, dan is het heel normaal dat onze strategie verbetert terwijl we spelen. We doen ervaring op die ons zal tonen dat sommige strategieën beter zijn dan andere. Maar betekent dit dat we kunnen zeggen dat dit psychologische basisproces verbeterd is, omdat ons geheugen meer informatie bezit over schaken? Niettemin lijkt het toch dat de natuurlijke achteruitgang van de hersenen als gevolg van het ouder worden kan vertragen door middel van cognitieve training.

Bewezen resultaten bij dementie

Er zijn ook resultaten die wijzen op verbetering bij mensen met degeneratieve aandoeningen, zoals dementie. Het lijkt ook waar te zijn dat training erg gunstig is wanneer we opnieuw een basisniveau willen verwerven. Dit kan nodig zijn na een periode waarin we niet actief met een gegeven onderwerp bezig geweest zijn. Maar als we verder kijken dan deze logische besluiten, dan zijn de resultaten op z’n minst twijfelachtig.

In dit artikel hebben we je een overzicht gegeven van de meest voorkomende mythes over de hersenen. Maar er zijn nog vele andere die we niet besproken hebben. Bovendien bestaan er meerdere mythes die we nog niet ontdekt hebben. Dat komt omdat de wetenschap nog geen manier gevonden heeft om ze te omschrijven. In elk geval is de studie van onze hersenen een opwindend onderwerp. Want het is de meest verbazingwekkende en perfecte technologie die we ooit gekend hebben.

*Als je de Franse taal beheerst, dan kan je het allemaal lezen in “Mon cerveau, ces héros, mythes et ráéalité“, uitgegeven bij Le Pommier.