De geboorte van het ego

· oktober 20, 2018

De geboorte van het ego kunnen we aan de hand van het ontwikkelingsproces en het leerproces verklaren. Het gebeurt terwijl we onze zintuiglijke en motorische vaardigheden verwerven. De geboorte en de ontwikkeling van ons ego is het vermelden waard omdat het ego het middelpunt is van de fysieke machine. Het is de kern van onze verlangens, activiteiten en remmingen.

Wanneer het ego verschijnt, begint het zich te verbinden met zijn eigen objecten. Eerst zijn dit uitwendige objecten die het kind aanvoelt als van zichzelf. Beetje bij beetje treden de internalisering en de psychische structuren op. Op hun beurt zullen die bijdragen tot de samenhang van het gevoel van eigenwaarde.

Hoe verloopt de geboorte van het ego?

Wanneer een kind geboren wordt, maakt het geen onderscheid tussen zichzelf en de wereld. Het kind maakt eerder zijn eerste introjecties waarbij het geen onderscheid maakt tussen het beeld van het voorwerp en het beeld van zichzelf. De term introjectie werd voor het eerst gebruikt door Sigmund Freud en staat voor het opnemen van uiterlijke waarden en maatstaven in de structuur van de persoonlijkheid zodat ze niet als bedreigingen van buiten worden ervaren. Dankzij onze emotionele kant kunnen we het verschil vaststellen en een onderscheid maken tussen waar wij eindigen en waar de wereld begint.

Tussen het eerste en het tweede levensjaar stijgt het cognitieve vermogen van het kind. Het gevolg is dat het de verschillende rollen in interpersoonlijke relaties begint te herkennen. Stap voor stap begint de identificatie en de discriminatie tussen het subject en het object.

De eigen identiteit is tenslotte een product van de samengestelde functie. Dit is waar de objecten op een samenhangende manier verbonden en geïntegreerd worden. Dit is het hoogste niveau van de structuur zelf. Het treedt gedeeltelijk op dankzij de wisselwerking tussen het zelfbewustzijn en de objecten.

Hoe verloopt de geboorte van het ego

De rol van het spiegelstadium in de vorming van het ego

Een heel belangrijk moment in de geboorte van het ego treedt tussen de zesde en de achttiende levensmaand op. Tijdens dit stadium experimenteert het kind door te proberen zichzelf in de spiegel te herkennen. Het raakt geïnteresseerd in het beeld en ervaart een zekere pret in het spelen met deze gewaarwordingen.

De spiegel is een metafoor die verwijst naar de relatie van een menselijk wezen met zijn omgeving. In staat zijn je lichaam en de denkbeeldige ruimte te herkennen is een teken van een gezonde menselijke ontwikkeling zonder de versplintering van het zelfbewustzijn. Een vader of moeder die niet op de juiste manier voor een kind zorgt of het kwetst, behouden hun beeld. Tegelijkertijd kan er versplintering optreden. Dit kan tot psychotische problemen leiden.

Op die leeftijd klampen kinderen zich niet zomaar aan iedereen vast. Wanneer ze het doen, worden ze soms angstig. Dat komt omdat het beeld dat ze zien, niet weerspiegelt wat ze verwachten. Wanneer een zes maanden oude baby bijvoorbeeld zijn moeder ziet in plaats van een vreemde. Het kind herkent de moeder niet. Kinderen herkennen eerder zichzelf via de moeder.

De geboorte van een samenhangend ego gebeurt door middel van een stabiele relatie met objecten. Het is gebaseerd op de bevredigende ervaringen die het kind op verschillende momenten heeft. Het kind smelt min of meer samen met het beeld dat ze van zichzelf zien (initiële aliënatie).

Individuatie

We noemen het proces waarbij een persoon zich in totaliteit bewust wordt van zichzelf, individuatie. Wanneer dit proces volledig is, integreren het onbewuste en het bewuste het ego in een bredere persoonlijkheid. Het is een volgende stap in de geboorte van het ego.

Dit is een proces van eenmaking, zuivering en ontdekking van zichzelf. De verwezenlijking toont zichzelf wanneer archetypische beelden van het zelf verschijnen.

De drie functies van het ego

Lichaam en geest zijn verenigd en samengesmolten. Op een wederkerige manier zijn ze met elkaar verbonden. Het resultaat is dat het ‘ego’ of de vereniging van lichaam en geest drie belangrijke functies vervult:

  • Controle – het is de taak van het ego om instinctieve impulsen onder controle te houden en te sturen. Door dingen in gevoelens te uiten of te verhinderen ontwikkelt het ego verdedigingsmechanismen in confrontatie met mogelijk bedreigende prikkels.
  • Aanpassing – het ego verbindt zich met uitwendige en inwendige werkelijkheden en probeert zich eraan aan te passen.
  • Integratie –  Dit verwijst naar het vermogen van het ego om zich de verschillende aspecten van ons leven eigen te maken.

Om dus de beste aanpassing aan de werkelijkheid te verwezenlijken is het zelfbewustzijn in staat om zich tegen de buitensporige stroom van motiverende energie te verdedigen. Het ego lijkt dus autonoom alsof het een samenstelling van verschillende functies.

De autonomie van het ego

De autonomie van het ego

Twee structuren vormen het ‘ego’. De primaire egostructuur is een domein van het ego dat vrij is van conflicten met het “id” (de zetel van de impulsen). Later heeft men het “de primaire autonome functies van het ego” genoemd. Ze stemmen overeen met geheugen, denken en taal. Deze functies treden niet op als een verdediging tegen impulsen (id).

De omzetting van instinctieve en agressieve energieën van het libido in niet-instinctieve energie neutraliseert de energie die afkomstig is van het “id” (impuls). Hartmann gaf de autonome ontwikkeling die niet uit de strijd tussen impuls en verlangen verschijnt, de naam ‘primaire autonomie’.

Anderzijds ontstaat de secundaire egostructuur of de secundaire functie van het ego uit een verandering in de werking. Deze verandering is samengesteld uit de egostructuur die in conflict is met motivatie, werkelijkheid of moraliteit en tegenover een sfeer zonder conflict staat.

Samen met andere auteurs zijn Freud (de psychologie van het ‘id’), Hartmann (de psychologie van het ‘ego’) en Kohut ( de psychologie van het zelfbewustzijn) de voornaamste denkers die het ‘ego’ in het middelpunt van het psychologische universum plaatsen. Vanuit deze verschillende psychoanalytische standpunten kunnen we beter begrijpen hoe de geboorte van het ego werkt.